Rust

“Ik ben helemaal klaar met Frankrijk,” zegt Kapper.

Hij buigt zich over mijn hoofd en bestudeert kritisch mijn haarwortels.

“Begrijp me goed, het land is best mooi,” vervolgt hij, terwijl hij de dode punten van mijn bruine lokken tussen duim en wijsvinger heen en weer wrijft. “Als er maar geen Fransen zouden wonen.”

Kapper en zijn echtgenoot gaan sinds jaar en dag in september twee weken naar de Canarische Eilanden. Maar dit jaar konden ze het niet over hun hart verkrijgen om hun acht maanden oude King Charles spaniël Juliana bij familie achter te laten. Dus togen ze met Juul op de achterbank (“ze tolereert de auto, maar leuk vindt ze het niet”) naar een afgelegen huisje in Zuid-Frankrijk.

De inwoners van het kleine dorp keken raar op van de twee boomlange Hollandse mannen met hun trouwringen en hun kleine hondje. Telkens als de heren het dorpscafé binnen wandelden, viel er een beladen stilte. Zo zwaar was die, dat Kapper en zijn man het enige restaurant in de wijde omgeving niet eens durfden binnen te gaan. En dus zaten ze elke avond met Juul en een stokbrood op de bank.

“Rust is fijn,” zegt Kapper, die al drie jaar klaagt over zijn luidruchtige buren in Amsterdam Zuid-Oost. “Maar zoveel stilte kon ik niet aan. Elke keer als er een kastanje uit de boom viel, dacht ik dat er een pistool afging!”

Dag gevoel ken ik wel. Op de avonden dat mijn achterburen een tuinfeest (inclusief buitenkeuken en terrasverwarming) geven, smacht ik naar de oorverdovende nachtelijke stilte van het Friese platteland. Om nog maar niet te spreken van weidse blauwe luchten die je daar ziet, en het bos waar honden gewoon kunnen loslopen zonder te worden uitgescholden door overhaaste fietsers en skaters.

Vanuit mijn  drukbevolkte stadsstraat lijkt een huis op het platteland een ware utopie. Maar eenmaal daar mis ik al na een paar dagen mijn lachende buren, het gezellige getingel van de tram en de bakker om de hoek waar je ‘s ochtends om half acht warme croissantjes kunt halen. Het gras is altijd groener aan de andere kant van het land.

“Maar je bent in ieder geval vast lekker uitgerust,” probeer ik Kapper een hart onder de riem te steken. Hij kijkt me aan met dezelfde meewarige blik als Juul, die inmiddels op mijn schoot is geklommen en ongeduldig op een koekje wacht.

“Volgens mijn dokter ben ik chronisch oververmoeid,” verzucht hij. “Als ik niet beter leer te ontspannen, heb ik binnenkort een hartaanval.”

Vanavond in bed, als hij weer wakker wordt gehouden door de liefdescaperiolen van zijn bovenburen en de dreunende housemuziek van beneden, weet hij in ieder geval zeker dat er iemand in de buurt is, mocht zijn hart ermee stoppen. Toch een rustgevende gedachte.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s